Waar wachten we op?

Op zondag 10 oktober liep ik, net als vele anderen, voor het eerst sinds lang weer mee in een klimaatmars. De boodschap van deze betoging? Ik denk dat we die als volgt kunnen samenvatten. Ons huis staat in brand! Het is geen vijf over twaalf meer maar half één! We moeten nú iets doen! Het is tijd voor drastische maatregelen, die écht iets veranderen. Daarmee bedoelen we echt niet hier en daar een subsidietje voor isolatie, of een vergroening van een wagenpark. Er moeten nu echt wel dingen veranderen.

Er zijn vijf Belgische politieke partijen waarvan het partijbestuur beslist heeft dat ze het eens zijn met de boodschap van deze betoging

Samen met mij liepen zondag vijf politieke partijen mee: PVDA, Ecolo, Groen, PS en Vooruit. En dan bedoel ik niet dat er sommige leden van die partijen op eigen initiatief meeliepen in de betoging – dat lijkt me evident. Nee, ik bedoel dat de partijen zelf aanwezig waren, compleet met vlaggen, tenten, politieke kopstukken en alles wat je wilt. Met andere woorden, er zijn vijf (!) Belgische politieke partijen waarvan het partijbestuur beslist heeft dat ze het eens zijn met de boodschap van deze betoging, in die mate dat ze het nuttig vonden om als partij mee te lopen.

Met vijf partijen kun je toch al wat gedaan krijgen, zou je denken.

De Back to the Climate-mars in Brussel op 10 oktober 2021 (foto DimiTalen). De gele vlaggen en ballonnen zijn van Amnesty International, maar de rode en groene vertegenwoordigen politieke partijen.

Incontournable

Toegegeven, op de PS na zijn dit niet direct de grootste partijen van het land. Maar toch. In de parlementen van het Brussels Gewest, het Waals Gewest, en de Franse Gemeenschap hebben deze partijen samen een absolute meerderheid! Ze kunnen met andere woorden om het even welke wet zonder problemen door het parlement krijgen – op voorwaarde dat ze onderling overeenkomen natuurlijk. In de federale Kamer hebben ze 61 van de 150 zetels. Geen meerderheid, maar genoeg om – samen – incontournable te zijn, zoals dat dan heet. Genoeg om tegen de andere partijen te zeggen: ofwel regeer je met het Vlaams Belang, ofwel hou je rekening met onze klimaateisen. Opnieuw, op voorwaarde dat ze aan hetzelfde zeel trekken.

In de parlementen van het Brussels Gewest, het Waals Gewest, en de Franse Gemeenschap hebben deze partijen samen een absolute meerderheid!

Maar is dat dan zo moeilijk? Toevallig of niet gaat het hier over vijf linkse partijen. Vijf partijen die het erover eens zullen zijn dat klimaatbeleid ook sociaal moet zijn. Die de kloof tussen arm en rijk minder diep willen maken. Die liever de rijken zullen belasten dan te besparen ten koste van de armen. Vijf partijen die niet bij hoogdringendheid confederalisme willen invoeren of een ander soort staatshervorming willen doorvoeren. Vijf partijen die, kortom, toch wel genoeg raakvlakken zouden moeten hebben om min of meer overeen te komen.

Zeker, er zijn ook verschillen, maar die zijn er altijd. De voornaamste hindernis is waarschijnlijk dat de PVDA als te extreem, te radicaal beschouwd wordt. Dat ze zich volgens sommigen onvoldoende distantieert van dictatoriale communistische regimes in het buitenland. Dat zou kunnen, ik wil mij daar hier niet over uitspreken, ook omdat ik onvoldoende op de hoogte ben. Maar ik heb deze partij in elk geval nog nooit zélf horen pleiten voor iets dat tegen onze democratische rechtsstaat ingaat. Ik geloof niet dat dit een partij is die de democratie wil afschaffen of censuur of dictatuur invoeren. Kun je daar dan niet mee samenwerken als linkse partij?

De regering-Wilmès had ook niet in haar regeerakkoord staan dat ze mensen zou verbieden om bij elkaar op bezoek te gaan, maar ze deed het toch. Omdat het nodig was.

Misschien wordt de PVDA op nog andere vlakken te extreem of te populistisch bevonden. Maar: daar hoef je allemaal niet in mee te gaan. De PVDA is wél een partij die een sociaal klimaatbeleid wil. Dus als je dit inderdaad de hoogste prioriteit van deze tijd vindt – wat toch wel de boodschap was van de klimaatmars – kun je daar dan niet mee samenwerken?

Of kun je niet op zijn minst geloofwaardig dreigen om dat te doen? Laten we niet vergeten dat ook de meeste andere partijen in ons land erkennen dat de klimaatcrisis een urgent probleem is waartegen dringend maatregelen genomen moeten worden. Is het dan niet mogelijk om te zeggen: begin er aan, nu, vandaag, met ons, tenzij je liever hebt dat we met de communisten samenwerken?

Een delegatie van Vooruit op de klimaatmars van 10 oktober 2021 (foto DimiTalen)

Actie

Vier van de partijen die zondag mee protesteerden tegen het schandalige gebrek aan klimaatbeleid in ons land (en de rest van de wereld) maken deel uit van de federale regering van datzelfde landje én die van het Brussels Gewest. Twee ervan zitten in de Waalse regering.

Is er dan echt niet méér mogelijk dan eisen dat vanaf 2026 de gesubsidieerde salariswagens van gegoede Belgen op (niet noodzakelijk groene) elektriciteit rijden? Kunnen we dan niet méér bereiken dan een bescheiden vliegtaks?

Zeker, we zijn maar een klein landje en onze uitstoot – hoewel hoog – is verwaarloosbaar op wereldniveau. Maar we kunnen wel een voorbeeldrol spelen, dat heeft ons land al eerder met succes gedaan.

En ja, deze federale regering met haar recentste begroting is zeker een verbetering tegenover vroeger. Maar nog eens: we zitten in een acute wereldwijde crisis. Mag het dan niet iets sneller gaan?

Regeerakkoord

Ja maar, hoor ik u zeggen. We hebben een regeerakkoord. We kunnen niet zomaar wetten stemmen die niet in het regeerakkoord staan!

Sorry, maar dat is bullshit. Natuurlijk kan dat wel. We zitten in een ongeziene wereldwijde crisis. De regering-Wilmès had ook niet in haar regeerakkoord staan dat ze mensen zou verbieden om bij elkaar op bezoek te gaan, maar ze deed het toch. Omdat het nodig was. Omdat we in een ongeziene wereldwijde crisis zaten.

“We weten wel wat we moeten doen, maar we weten niet hoe we daarna nog verkozen moeten geraken.” Welnu, ik zal het u zeggen, mijnheer Tobback: door samen te werken.

Ja maar, een wisselmeerderheid, dat zorgt voor ambras in de regering! Tja. Als je als partij vindt dat het klimaat geen regeringscrisis waard is, waarom ga je dan mee betogen? Is de tijd van de voorzichtige, politiek verantwoorde, geleidelijke verbetering niet een beetje voorbij intussen?

Ja maar, hoor ik Bruno Tobback nog zeggen. We weten wel wat we moeten doen, maar we weten niet hoe we daarna nog verkozen moeten geraken. Welnu, ik zal het u zeggen, mijnheer Tobback: door samen te werken. Als één minister een onpopulaire klimaatmaatregel invoert, riskeert die daar inderdaad voor afgestraft te worden. Maar als je zoiets met vijf partijen doet? Als je de christendemocraten, liberalen en/of de N-VA kunt dwingen om erin mee te gaan? Alle Belgen zullen heus niet zomaar voor het Vlaams Belang gaan stemmen in 2024. Een deel wel, maar de meesten niet. De meesten zullen wel beseffen dat dit nodig is.

Kartel

Weet u wat, mijnheer Tobback? Vorm in 2024 een kartel met de vijf partijen die zondag meebetoogden. Een Klimaatkartel – het klinkt nog goed ook. En trek naar de kiezer met één enkele belofte: een sociaal maar effectief klimaatbeleid. Ik heb geen glazen bol, en er is niets dat garandeert dat elke partij op zich daar groter van zal worden. Maar ik geef u op een briefje dat het Klimaatkartel als grootste partij uit de bus zal komen in Brussel, Wallonië en België. Niet iedereen zal herverkozen worden, maar het kartel zal er staan. En het zal aan zet zijn om drie regeringen te vormen.

Misschien zelfs vier regeringen, als de score in Vlaanderen goed genoeg is. In het huidige Vlaams Parlement hebben Groen, Vooruit en PVDA samen immers meer dan 1 op 4 zetels in handen. Minder dan de N-VA, maar niet zóveel minder. Mits een goede campagne maakt het kartel kans om ook in Vlaanderen de grootste partij te worden.

Vorm in 2024 een kartel met de vijf partijen die zondag meebetoogden, en trek naar de kiezer met één enkele belofte: een sociaal maar effectief klimaatbeleid.

Centrumrechts

Let wel: ik wil de overige partijen zeker niet verwijten dat ze niet op de klimaatmars waren – integendeel. Het is niet ongebruikelijk dat regeringspartijen beleid voeren in plaats van te betogen tegen de afwezigheid van beleid. En als je al jarenlang zulk beleid mee tegenhoudt of in elk geval niet als prioritair beschouwt, is het maar eerlijk om ook niet mee te lopen in een klimaatmars.

Zoals ik al zei: ook de liberalen, de N-VA en zelfs de christendemocraten erkennen tegenwoordig dat het klimaatprobleem reëel is en dringend aangepakt moet worden. Dat is rijkelijk laat, maar beter laat dan nooit.

Ik hoop dat ook deze partijen stilaan werk zullen maken van een echt klimaatbeleid dat die naam waardig is, zodat ook Vlaanderen eindelijk zijn steentje kan bijdragen. En ik hoop dat de verkiezingen in 2024 gewonnen zullen worden door de partijen die hier het hardst in durven doorduwen – welke dat op dat moment ook zullen zijn.

Maar het goede nieuws is dat de rest van het land daar niet op hoeft te wachten. De vijf partijen die op 10 oktober een duidelijk standpunt innamen, kunnen nú in actie komen.

The time is now

The time is now, zoals Vooruit zelf al vermeldde op haar spandoek. Stop dus met het negeren van de belangrijke partner die de PVDA is, en stop met achter de rechtse partijen aan te lopen als een underdog die al blij mag zijn dat hij überhaupt iets te zeggen heeft. Er zijn wel degelijk heel wat politici die vinden dat er nú iets moet gebeuren. En er zijn er weinig die dat nog echt durven tegenspreken. Dus. Waar wachten we op?

De oorlog, dát was afzien

Duitse bommenwerpers aan het Oostfront in 1943 – foto Deutsches Bundesarchiv (licentie) (Wikimedia)

Het is lang geleden dat ik nog eens iets gepost heb, beste lezer, maar vandaag kruip ik nog eens in mijn pen. In De Morgen las ik recent een getuigenis van een achttienjarige die van oudere mensen te horen krijgt dat ze niet zo moet klagen over de coronamaatregelen, want de oorlog, dát was pas afzien. Een uitspraak die ik al eerder zag passeren op sociale media.

Ik hoop dat de mensen die dit argument aanhalen op z’n minst tachtig jaar zijn, of een groot deel van hun leven in het buitenland hebben doorgebracht, zodat ze zelf daadwerkelijk een oorlog bewust hebben meegemaakt. Deze mensen hebben recht van spreken, en ja, natuurlijk was de oorlog erger. Of daar ga ik als niet-ervaringsdeskundige tenminste vanuit.

Ik hoop dat de mensen die dit argument aanhalen op z’n minst tachtig jaar zijn.

Maar als deze uitspraak komt van mensen die in onze streken zijn opgegroeid en nog geen tachtig zijn, dan word ik daar eerlijk gezegd een beetje boos van.

Luxe

Ik kan natuurlijk geen uitspraken doen over wat individuele mensen in hun persoonlijk leven hebben meegemaakt. Sommige mensen hebben ongetwijfeld al voor hetere vuren gestaan dan wat coronamaatregelen. Maar globaal genomen – als we onze maatschappij als geheel bekijken – heeft de Vlaming tussen pakweg 1950 en 2010 zo ongeveer het meest luxueuze en comfortabele leven kunnen leiden waarvan ooit sprake is geweest in de geschiedenis van de mensheid, en waarvan ook de komende eeuwen sprake zal kunnen zijn.

Globaal genomen heeft de Vlaming tussen pakweg 1950 en 2010 het meest luxueuze en comfortabele leven kunnen leiden waarvan ooit sprake is geweest.

Er was vrede, er was welvaart, er was goede gezondheidszorg. Er was eten en zuiver water bij de vleet. Er waren geen grote bedreigingen zoals oorlogen, orkanen, aardbevingen, gevaarlijke roofdieren of erg besmettelijke ziekten. Er was bovendien – gemiddeld genomen – een permanente vooruitgang. Er was economische groei en er was technologische ontwikkeling. Mensen hadden alle reden om aan te nemen dat ze het zeker zo goed zouden hebben als hun ouders, en dat hun kinderen het minstens even goed zouden hebben als zijzelf.

Zekerheden

De jeugd van tegenwoordig heeft deze zekerheden niet meer. Een groot aantal ecosystemen zijn inmiddels compleet ontwricht. Het klimaat kan dramatisch evolueren of het kan nog meevallen, maar zoals het altijd geweest is, zal het de komende eeuwen niet meer worden. Wat de gevolgen zullen zijn, weten we nog niet helemaal, maar de eeuwenlange zekerheid van ons klimaat – vervat in weerspreuken, tradities en gewoonten – is definitief verdwenen. De zekerheid dat orkanen zoals Katrina of Sandy in onze contreien niet voorkomen, is er niet meer. De zekerheid dat muggen alleen in Afrika vreselijke ziekten kunnen overdragen evenmin. De zekerheid op economische groei is er ook niet meer – als deze groei al niet vanzelf gefnuikt wordt door de klimaatopwarming, blijft in elk geval de discussie of we deze eeuwige drang naar groei niet moeten opgeven als we überhaupt iets aan het klimaatprobleem willen doen.

Hebben deze mensen, die zelf nooit een oorlog hebben meegemaakt, er wel eens bij stilgestaan dat de mensen die vandaag jong zijn er misschien wel één zullen meemaken?

De zekerheid dat we in de toekomst zullen kunnen blijven leven in een vrije, democratische samenleving krijgt serieuze knauwen door de opkomst van allerlei extreme partijen die onze vrijheden ernstig willen beperken. Niet zo ver van ons bed worden vrije samenlevingen steeds meer autoritair – denk maar aan Turkije en Hongarije. Bovendien blijkt steeds meer dat democratie niet opgewassen is tegen uitdagingen zoals klimaatopwarming.

Ook de zekerheid dat we in de toekomst in vrede zullen kunnen blijven leven, blijft niet ongeschonden. Niet alleen de opkomst van fascistische en andere radicale partijen, maar ook de klimaatopwarming zouden wel eens tot nieuwe conflicten kunnen leiden – conflicten waarvan de rijke Westerse landen niet per se gespaard zullen blijven. Toegegeven, deze zekerheid was er tijdens de Koude Oorlog ook niet, maar uiteindelijk zijn we er goed vanaf gekomen.

Tenslotte wordt ook technologische vooruitgang meer en meer een vraagteken: als we geen CO2 meer mogen uitstoten, hoe zullen we dan kunnen blijven voldoen aan de steeds stijgende energievraag van onze nieuwe technologieën? Kúnnen we dan nog wel vooruit?

De jongeren van deze tijd worden grotendeels opgevoed in de veronderstelling dat er niets aan de hand is. Ze zien het comfort dat hun grootouders hadden, en het comfort dat hun ouders nu hebben. Ze krijgen impliciet de boodschap mee dat dat normaal is en in stijgende lijn hoort te gaan. Ze leren op school over de seizoenen en het weer, over wetenschap en technologie, over democratie, vrijheid en grondrechten. Terloops wordt af en toe opgemerkt dat de aarde aan het opwarmen is, waardoor al de rest – alles wat al generaties lang wordt overgedragen van ouder op kind, van leerkracht op leerling – nu op losse schroeven staat.

Dat is best wel iets ingrijpends om vast te stellen als je jong bent; staan de mensen die met de oorlog-uitspraak zwaaien daar wel eens bij stil? Hebben zij zich weleens afgevraagd hoe het is om ergens in de marge – als ware het een fait divers – te moeten vernemen dat niemand een idee heeft hoe je toekomst er zal uitzien, en ondertussen te moeten kijken en luisteren naar oudere, ervaren mensen die gewoon verdergaan alsof er niets aan de hand is?

Hebben zij zich weleens afgevraagd hoe het is als je geen enkele garantie hebt over je toekomst, en een pandemie je plotseling ook je zekerheden in het heden afneemt?

Hebben zij zich weleens afgevraagd hoe het is als je geen enkele garantie hebt over je toekomst, en een pandemie je plotseling ook je zekerheden in het heden afneemt? Hebben deze mensen, die zelf nooit een oorlog hebben meegemaakt, er wel eens bij stilgestaan dat de mensen die vandaag jong zijn er misschien wel één zullen meemaken? Of misschien wel meer dan één? Is het dan niet wat misplaatst om nu tegen deze jongeren te zeggen dat ze niet moeten klagen, dat dit niets is vergeleken bij een oorlog?

Netwerken

Laten we immers ook niet vergeten dat de impact van een lockdown logischerwijs veel groter is voor jongeren dan voor pakweg hun ouders. Zelf ben ik 35 en vind ik dat ik niet mag klagen. Ik ben gelukkig getrouwd en mijn kinderen zijn nog niet oud genoeg om geen boodschap te hebben aan hun ouders. Knuffelcontacten bij de vleet dus. Zowel mijn vrouw als ikzelf hebben stabiele jobs en een inkomen dat ook in coronatijden ongehinderd blijft binnenstromen. We hebben een netwerk van vrienden en familieleden die we weliswaar niet van dichtbij mogen zien, maar waar toch altijd op kunnen rekenen.

Maar zowat al mijn vrienden, én mijn vrouw, heb ik leren kennen op school, op laatstejaarsreis, of aan de universiteit, of via andere vrienden. In de klas, in de aula, in Griekenland. Zelfs mijn huidige job had ik nooit gevonden zonder de hulp van een vriendin van op de universiteit. Mijn collega’s zie ik enkel nog door de webcam, maar ik heb hen kunnen leren kennen op de werkvloer, zodat ik nu weet wat ik aan hen heb. Hoe bouw je zoiets op in volle coronacrisis?

In 2019 vroegen tieners en twintigers aan mensen die ouder waren dat ze alstublieft hun gedrag zouden aanpassen. In welke mate hebben wij aan die oproep gehoor gegeven?

2019

Tot slot wil ik de mensen die jongeren van vandaag op de oorlog durven wijzen nog graag één ding meegeven om over na te denken. In 2020 en 2021 vragen we de tieners en twintigers om hun gedrag zwaar aan te passen, in de eerste plaats om mensen die ouder zijn dan zij te beschermen. Over het algemeen doen zij wat we van hen vragen. Af en toe luisteren ze niet – dat is natuurlijk niet oké, maar hoe was u zelf toen u jong was? – en wordt dat op heel zware kritiek onthaald. Ik zou dit toch graag even vergelijken met 2019. In dat jaar kwamen tieners en twintigers met tienduizenden herhaaldelijk op straat. Zij vroegen aan mensen die ouder waren dat ze alstublieft hun gedrag zouden aanpassen om hún toekomst te beschermen. In welke mate hebben wij aan die oproep gehoor gegeven? Weet u dat nog? Is de Belg massaal gestopt met vliegen en autorijden? Zijn we massaal beginnen fietsen en treinen? Niet echt. Niet in de mate dat jongeren nu hun gedrag aanpassen.

En waarom? Omdat we niet door de regen willen fietsen. Omdat het te koud is. Omdat het met de trein te lang duurt en nog meer kost dan vliegen ook. Omdat vegetarisch eten toch niet hetzelfde is. Enzovoort.

Is dat allemaal wél erger dan de oorlog dan?

Laat uw stem horen

Binnenkort heb ik hopelijk weer eens tijd voor een wat langere post. Maar in afwachting zou ik iedereen alvast willen oproepen om de Publieksbevraging rond het ontwerp van Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) in te vullen.

Deze bevraging, georganiseerd door de Belgische federale overheid, heeft al heel wat kritiek gekregen, onder andere in deze open brief van Students for Climate en andere organisaties. Deze kritiek is wat mij betreft terecht. De overheid had al veel eerder veel meer moeten doen, en laat bovendien een heel aantal cruciale thema’s achterwege in haar bevraging.

We mogen in geen geval de mogelijkheid openlaten om uit de bevraging te besluiten dat de Belg niet wakkerligt van het klimaat, of dat er geen draagvlak is.

Toch heb ik ze ingevuld, en ik raad iedereen die bezorgd is over het klimaat aan om hetzelfde te doen. We mogen immers in geen geval de mogelijkheid openlaten om uit de bevraging te besluiten dat de Belg niet wakkerligt van het klimaat, of dat er geen draagvlak is.

U kunt de enquête nog tot 15 juli invullen. Het duurt maar een kwartiertje. Ik weet niet wat men eruit zal besluiten en of men daar iets zinnigs mee zal doen, maar nog eens het signaal geven dat we het belangrijk vinden, kan alvast geen kwaad.

Update: Deze post door blogger De Groene Vlaming illustreert met een aantal zeer goede voorbeelden hoezeer de enquête tekortschiet.

Ter verduidelijking

Men heeft mij erop gewezen dat mijn vorige post niet echt constructief was, dat hij beledigend was en beneden mijn niveau. Men heeft dat voor alle duidelijkheid op een vriendelijke en beschaafde manier gedaan, waarvoor dank. Ik wil hier graag even op reageren.

Constructief?

Men heeft mij erop gewezen dat mijn vorige post niet echt constructief was, dat hij beledigend was en beneden mijn niveau.

Was mijn post constructief? Nee, dat kan ik niet beweren. Heb ik er iets mee bereikt? Nee, waarschijnlijk niet. Dat was ook niet de bedoeling. Had ik mijn post dan beter niet gepubliceerd? Misschien, ik weet het niet. Tot nader order ben ik een blogger en geen politicus, en ik probeer in mijn blog ook iets van mezelf te stoppen. Die avond was dat het loodzware gevoel dat ik overhield na de verkiezingsdag.

Beneden mijn niveau? Dat zou kunnen – ik laat het aan anderen over om te beoordelen wat “mijn niveau” is. Het zal duidelijk zijn dat ik deze post niet eerst geschreven, de dag daarna herschreven en dag dáárna nog eens herlezen heb, zoals ik gewoonlijk doe. Dat deze post ingegeven was door de teleurstelling van het moment. En ik heb in elk geval reacties van hoger niveau zien passeren, zoals die van David Dessers (Groen) of Seppe De Meulder (PVDA). Tot daar wil ik zonder problemen meegaan in de kritiek.

Beledigend?

Was mijn post beledigend? Daar wil ik toch wat dieper op ingaan.

Voor de duidelijkheid: ik heb niet gezegd – noch bedoeld – dat bijna de helft van de Vlamingen xenofobe egoïsten zijn – dat weiger ik te geloven.

Voor de duidelijkheid: ik heb niet gezegd – noch bedoeld – dat bijna de helft van de Vlamingen xenofobe egoïsten zijn – dat weiger ik te geloven. Ik geloof zelfs niet dat alle leden van de N-VA xenofoob zijn. Wat ik gezegd heb, is dat bijna de helft van de Vlamingen gestemd hebben voor “xenofobe, egoïstische, deels racistische partijen die bovendien de opwarming van de aarde niet als een dringend probleem beschouwen.”

Dat zijn niet zomaar wat scheldwoorden die ik uit mijn duim gezogen heb uit frustratie. Ik kan dit wel degelijk onderbouwen met argumenten.

Xenofobie

Om te beginnen was er de campagne van N-VA rond het migratiepact. Die beschouw ik toch wel als xenofoob. De campagne werd snel offline gehaald, maar ze is toch maar eerst online gezet. Vlaams Belang kwam vervolgens met een gelijkaardige campagne.

Er waren ook de tweets en andere communicatie van Theo Francken, herinner u bijvoorbeeld de hashtag #opkuisen die hij gebruikte i.v.m. de vluchtelingen in het Maximiliaanpark. Dat is een respectloze, op zijn minst aan racisme grenzende manier van communiceren over mensen. Niet alle N-VA’ers communiceren op die manier, maar aangezien de voorzitter hem steeds blijft steunen, kan ik enkel concluderen dat dit in lijn is met de partijstandpunten. En dat de N-VA dus een xenofobe partij is.

En dat ging dan nog enkel over de stijl – veel belangrijker zijn natuurlijk de inhoud en het beleid. Toen Theo Francken het aantal asielaanvragen kunstmatig beperkte tot 50 per dag, ontzegde hij mensen willens en wetens een fundamenteel recht, het recht om asiel aan te vragen, en schond hij dus Artikel 14 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM).

Wanneer het aantal asielaanvragen per dag daalt, wordt dat zonder meer als goed nieuws gecommuniceerd. De vraag hoe dat komt, wordt niet gesteld. Het maakt niet uit voor de N-VA – als ze niet hier zijn, is dat goed nieuws. Dat noem ik xenofoob en egoïstisch.

Wanneer het aantal asielaanvragen per dag daalt, wordt dat zonder meer als goed nieuws gecommuniceerd. De vraag hoe dat komt, wordt niet gesteld. Zijn er minder mensen die reden hebben om asiel aan te vragen? Vragen ze nu elders asiel aan? Verdwijnen ze gewoon in de illegaliteit? Of geraken ze niet meer hier door de strengere grensbewaking, zodat ze nu in mensonterende omstandigheden moeten zien te overleven ergens buiten de EU en hun fundamenteel recht om asiel aan te vragen niet meer kunnen uitoefenen? Het maakt niet uit voor de N-VA – als ze niet hier zijn, is dat goed nieuws. Dat noem ik xenofoob en egoïstisch.

En dan zijn er nog de herhaaldelijke oproepen van Francken aan NGO’s om vooral geen verdrinkende vluchtelingen meer te redden omdat er daardoor nog meer zouden komen. Dat is niet alleen niet bewezen – het is ook geen reden. Artikel 3 van de UVRM zegt dat iedereen recht heeft op leven, en Artikel 2 zegt dat mensenrechten voor iedereen gelden, ongeacht hun land van herkomst en de status van dat land. Beslissen om iemand niet te redden omdat dat nadelig is voor je eigen situatie, zou dus geen optie mogen zijn.

Klimaat

De redenering van Bart De Wever is even absurd als zeggen: “Ik ben tot nu toe nooit gestorven, dus vandaag zal ik ook wel niet sterven,” en vervolgens te voet de E40 oversteken.

Dat de N-VA niet bepaald staat voor een efficiënt klimaatbeleid, heb ik in deze post al uitgebreid beargumenteerd. Het komt erop neer dat de redenering van Bart De Wever – we zijn in het verleden alle problemen te boven gekomen dus dat zal nu ook gebeuren – even absurd is als zeggen: “Ik ben tot nu toe nooit gestorven, dus vandaag zal ik ook wel niet sterven,” en vervolgens te voet de E40 oversteken.

De enige Vlaamse partijen die volgens Climate Action Network Europe nog slechter scoren qua klimaatbeleid zijn CD&V en – u raadt het al – Vlaams Belang.

Racisme

Echt zuiver racisme komt bij N-VA misschien niet echt vaak voor, al vind ik dat de communicatie van Theo Francken vaak grenst aan racisme. De banden die er waren met een organisatie als Schild en Vrienden tonen dat de partij niet vrij was van enig racisme, maar de personen in kwestie zijn door de partijtop wel snel verwijderd. Wat Vlaams Belang betreft, is er geen twijfel: Dries Van Langenhove was één van hun lijsttrekkers, en voor verdere argumentatie verwijs ik u graag door naar Joël De Ceulaer in De Morgen.

Egoïsme

Ten slotte het woord egoïstisch. Dat is gemakkelijk. Mensen aan hun lot overlaten in overbevolkte kampen of laten verdrinken in de Middellandse zee omdat je bang bent anders teveel van je eigen welvaart te moeten delen – dat is egoïstisch. Weigeren je levensstijl aan te passen om de aarde leefbaar te houden voor de mensen die na ons komen, is dat ook.

Beschaving

Het gaat hier om de partij wiens voorzitter zijn tegenstanders niet alleen publiekelijk uitscheldt voor dreumes of paljas, maar hen soms zelfs dood wenst. Als je achter zo iemand aanloopt, moet je zelf ook tegen een belediging kunnen.

Als ik de N-VA of haar leden beledigd heb door deze analyse, dan wil ik mij daar bij deze absoluut niet voor verontschuldigen. Het gaat hier om de partij wiens voorzitter zijn tegenstanders niet alleen publiekelijk uitscheldt voor dreumes of paljas, maar hen soms zelfs dood wenst. Als je achter zo iemand aanloopt, moet je zelf ook tegen een belediging kunnen.

Wat betreft de kiezers – er kunnen veel redenen zijn waarom iemand op Vlaams Belang of N-VA stemt. Er kunnen allerlei legitieme bezorgdheden aan de basis liggen. Daarom ben je nog geen xenofobe klimaatontkenner. Maar ik heb hierboven niets verteld dat niet algemeen geweten is – als je dit allemaal weet en toch op één van deze partijen stemt, dan betekent dat wel dat je die bezorgdheden blijkbaar belangrijk genoeg vindt om xenofobie en gebrek aan klimaatbeleid erbij te nemen.

Hoe moeten migranten, vluchtelingen, Franstaligen, klimaatspijbelaars in ons land zich voelen na deze verkiezingsuitslag? Zouden zij ook niet beledigd zijn?

Mijn uitspraak dat ik mij schaamde om Vlaming te zijn, kan misschien als beledigend ervaren worden door sommigen – daar kan ik inkomen. Maar hoe moeten migranten, vluchtelingen, Franstaligen, klimaatspijbelaars in ons land zich voelen na deze verkiezingsuitslag? Zouden zij ook niet beledigd zijn? Doe ik dan iets verkeerd als ik even wil benadrukken dat niet álle Vlamingen hierachter staan?

Dat N-VA niet goed scoort op het vlak van beschaving, dat zei ik voor de verkiezingen ook al. Toen was er niemand beledigd omdat er toen natuurlijk niemand diezelfde dag net voor de N-VA gestemd had. Maar dat was toen al mijn mening, en ik zie niet in waarom die na de verkiezingen veranderd zou moeten zijn. Mensen beledigen was nooit mijn bedoeling, maar als dat toch gebeurd is, vind ik dat geen reden om mijn mening te herzien.

De Vlaamse identiteit

Wat is die Vlaamse identiteit, als een groot deel van de Vlamingen op partijen stemt waar een ander groot deel koude rillingen van krijgt?

Tenslotte blijf ik ook achter mijn vraag over de Vlaamse identiteit staan, die velen zo belangrijk schijnen te vinden. Wat is die Vlaamse identiteit, als een groot deel van de Vlamingen op partijen stemt waar een ander groot deel koude rillingen van krijgt? Dat is een oprechte vraag die ik bij deze wil stellen aan iedereen die de Vlaamse identiteit hoog op zijn of haar prioriteitenlijst heeft staan. Ik verwelkom hun antwoorden.

Constructief

Ik heb deze post geschreven omdat ik kritiek van lezers niet zomaar wil negeren, en omdat ik duidelijk wil maken dat ik niet zomaar ben beginnen schelden omdat mijn favoriete partij niet de verwachte score heeft gehaald. Het kan zijn dat ik geen goeie verliezer ben, maar het ging mij niet zozeer om de zeer beperkte winst van Groen, wel om de overwinning van (extreem-)rechts.

Dit gezegd zijnde, zou ik nu graag weer overschakelen op het schrijven van min of meer constructieve dingen. Mensen met de vinger wijzen heeft immers geen zin. Wat alle andere partijen en hun sympathisanten nu te doen staat, is proberen de bezorgdheden van de N-VA- en VB-stemmers zo goed mogelijk te begrijpen, zodat we er een antwoord op kunnen bieden waarbij het klimaat en de mensenrechten niet in het gedrang komen. Alleen zo geraken we over vijf jaar aan betere scores, en op lange termijn aan een betere wereld.

Zwarte zondag

(Scroll omlaag voor de Nederlandse versie)

Chers amis wallons,

Aujourd’hui je veux m’excuser sincèrement pour la communauté dont je fais partie. Les votes ne sont pas encore tous comptés, mais il est clair qu’aujourd’hui, presque la moitié des Flamands a voté pour des partis xénophobes, égoïstes, partiellement racistes, et qui en plus ne considèrent pas le réchauffement climatique comme un problème urgent.

Et pourquoi?

Pour préserver l’identité flamande?

Mais c’est quoi l’identité flamande? Apparemment la moitié des Flamands ne trouve pas qu’il faut changer notre style de vivre pourque les gens qui viennent après nous puissent aussi vivre d’une façon confortable. En plus, elle trouve qu’il n’est pas nécessaire d’aider les gens qui sont forcés de s’enfuir des pays qui sont en guerre, même si les Droits de l’Homme nous en obligent. Elle trouve que nous, les Flamands, sommes plus importants que les autres. Et qu’on n’a pas besoin de vous, les Wallons.

Si c’est ça, l’identité flamande, eh bien je n’en veux pas.

Si c’est ça, l’identité flamande, eh bien je n’en veux pas.

Mais heureusement ce n’est pas le cas. Parce que l’autre moitié a voté pour d’autres partis. Des partis qui respectent les Droits de l’Homme et qui, au moins en théorie, trouvent qu’il faut traiter tous les gens de façon humaine. Certains de ces partis trouvent même qu’il faut faire tout ce qu’on peut pour arrêter le réchauffement climatique.

Aujourd’hui j’ai honte d’être Flamand.

On n’est donc pas du tout d’accord entre nous, les Flamands. L’identité flamande, ça n’existe pas. Pas aujourd’hui.

Aujourd’hui j’ai honte d’être Flamand.

C’est pour ça qu’aujourd’hui je commence à écrire mon texte en français. Il est possible qu’il contient quelques erreurs linguïstiques, mais elles ne seront sans doute pas si graves que l’erreur que la Flandre a faite aujourd’hui.

Et si, bien sûr qu’on a besoin de vous. On a besoin de vous pour sauvegarder la civilisation dans notre pays. Pour penser aux autres et au climat.

Je vous souhaite bonne chance.


Beste Waalse vrienden,

Vandaag wil ik mij vanuit de grond van mijn hart verontschuldigen voor de gemeenschap waarvan ik deel uitmaak. De stemmen zijn nog niet allemaal geteld maar het is duidelijk dat vandaag bijna de helft van de Vlamingen gestemd heeft voor xenofobe, egoïstische, deels racistische partijen die bovendien de opwarming van de aarde niet als een dringend probleem beschouwen.

En waarom?

Om de Vlaamse identiteit te bewaren?

Maar wat is dat, de Vlaamse identiteit? Blijkbaar vindt de helft van de Vlamingen niet dat we onze levensstijl moeten aanpassen zodat de mensen die na ons komen ook nog op een comfortabele manier kunnen leven. Bovendien vinden ze het niet nodig om mensen te helpen die noodgedwongen wegvluchten uit landen in oorlog, zelfs als de Rechten van de Mens ons daartoe verplichten. Ze vinden dat wij, Vlamingen, belangrijker zijn dan de anderen. En dat we jullie, de Walen, niet nodig hebben.

Als dit de Vlaamse identiteit is, dan wil ik ze niet.

Als dit de Vlaamse identiteit is, dan wil ik ze niet.

Maar gelukkig is dat niet zo. Want de andere helft heeft gestemd voor andere partijen. Partijen die de Mensenrechten respecteren en die, op zijn minst in theorie, vinden dat alle mensen op een menselijke manier behandeld moeten worden. Sommige van die partijen vinden zelfs dat we moeten doen wat we kunnen om de opwarming van de aarde te stoppen.

Vandaag ben ik beschaamd om een Vlaming te zijn.

We zijn het dus helemaal niet met elkaar eens, wij Vlamingen. De Vlaamse identiteit, dat bestaat niet. Niet vandaag.

Vandaag ben ik beschaamd om een Vlaming te zijn.

Daarom ben ik vandaag mijn tekst begonnen met een Franse versie. Het zou kunnen dat er wat taalkundige fouten in staan, maar die zullen nooit zo erg zijn als de fout die Vlaanderen vandaag gemaakt heeft.

En ja, natuurlijk hebben we jullie nodig. We hebben jullie nodig om te beschaving in ons land te bewaren. Om aan de anderen te denken, en aan het klimaat.

Ik wens jullie veel succes.

Het gat in de markt

Ik moet u iets bekennen, beste lezer. Iets waar ik niet fier op ben. Ik ben het nooit eens geweest in de standpunten van de N-VA, maar in de begindagen, toen de partij vanuit een underdogpositie steeds meer stemmen probeerde te winnen, had ik een zeker respect voor de partij, en voor haar voorzitter Bart De Wever.

Het draaide destijds allemaal om de Vlaamse zaak. Onafhankelijkheid als einddoel, en in afwachting daarvan zoveel mogelijk regionaliseren. Ik ben daar nooit zo’n voorstander van geweest, maar ik vond het een standpunt waar je wel respect voor kon hebben. Veel mensen zijn en waren wel voor onafhankelijkheid, en het was goed dat ze eindelijk bij een niet-racistische partij terechtkonden.

Bart De Wever leek in die tijd een ander soort politicus te zijn dan de meeste anderen. Ik vond hem zowaar integerder dan vele andere politici. Ik vrees dat ik me schromelijk vergist heb.

Ik had destijds de indruk dat Bart De Wever het oprecht goed voorhad met de mensen, en er oprecht van overtuigd was dat onafhankelijkheid de beste oplossing was, niet alleen voor ons, maar ook voor Wallonië.

Bart De Wever leek in die tijd een ander soort politicus te zijn dan de meeste anderen. Iemand die rechtuit zei waar hij voor stond en niet meedeed aan politieke spelletjes. Ik vond hem zowaar integerder dan vele andere politici.

Ik vrees dat ik me schromelijk vergist heb. Ik heb me, net als vele anderen, laten vangen door het imago dat de partij zorgvuldig creëerde voor zichzelf.

Macht

Naarmate de tijd vorderde en de partij groeide, verdween de communautaire agenda geleidelijk naar de achtergrond. De N-VA transformeerde zich naargelang het moment tot anti-migratiepartij, anti-PS-partij, begroting-in-evenwicht-partij, en klimaatstruisvogelpartij. Daarbij werd er systematisch gezocht naar wat het meeste stemmen opleverde, en werden mensen die toch niet op de N-VA konden stemmen als vijand en zondebok gebruikt: Franstalige Belgen, vluchtelingen, andere migranten, en tenslotte ook minderjarige klimaatactivisten.

Daarbij werd er systematisch gezocht naar wat het meeste stemmen opleverde, en werden mensen die toch niet op de N-VA konden stemmen als vijand en zondebok gebruikt.

De Wever is een meesterstrateeg – daar heeft niemand ooit aan getwijfeld – maar van integriteit blijkt hij helemaal niet zoveel last te hebben. Recent heeft hij in De Morgen zelf verteld waar het hem echt om te doen is: macht.

“Als kind droomde ik over een soort almacht. Geprojecteerd op historische figuren die tot het collectieve erfgoed zijn gaan behoren. […] Een volwassen man zal streven naar de macht die zich niet toont. Op het moment dat je macht moet tonen, heeft ze eigenlijk gefaald. Als je ze hebt, spreek je daar best gewoon niet over.”

Bart De Wever in De Morgen

Alle politici willen toch macht, zult u misschien zeggen. Dat klopt, maar als het goed is, is die macht een middel om bepaalde doelen te bereiken, om de maatschappij te verbeteren – tenminste in de ogen van de politicus in kwestie. Bij de N-VA lijkt het steeds meer een doel op zich.

Vlaanderen onafhankelijk

Dat van die Vlaamse onafhankelijkheid zal een groot deel van de N-VA zeker wel gemeend hebben, de partij is tenslotte gebouwd op de resten van de Volksunie. Maar het was ook een handige manier om aan stemmen te geraken – het gat in de markt als het ware. De enige concurrent was het Vlaams Belang, een partij die toen weliswaar veel stemmen haalde, maar door het cordon sanitaire weinig kon bereiken. Het was gemakkelijk om te zeggen: zij roepen wel maar realiseren niets, wij zullen het eindelijk waarmaken. Tegelijk was het erg handig om op de Walen te schieten – je maakt je er populair mee bij een deel van de Vlamingen, en Waalse stemmen kan je sowieso toch niet krijgen in Vlaanderen.

Migratie

Niet alleen de migranten zelf moesten eraan geloven, maar ook de rechters die hen tussendoor al eens gelijk gaven, de NGO’s die weigerden hen te laten verdrinken in de Middellandse zee, de Conventie van Genève en de Rechten van de Mens.

Toen de mensen weer even genoeg hadden van al dat communautaire gedoe, werd hetzelfde principe toegepast op een streng migratiebeleid. Opnieuw was de enige echte concurrent het Vlaams Belang, opnieuw was er een gemakkelijke zondebok die zelf weinig in de pap te brokken had. Maar dit was veel minder onschuldig. Het discours werd steeds harder – niet alleen de migranten zelf moesten eraan geloven, maar ook de rechters die hen tussendoor al eens gelijk gaven, de NGO’s die weigerden hen te laten verdrinken in de Middellandse zee, de Conventie van Genève en de Rechten van de Mens.

En waarom? Macht.

En het is niet alleen het discours – ook het beleid volgde, zij het op een afstand. Toen Theo Francken besliste het aantal asielaanvragen te beperken tot 60 per dag, koos hij er bewust voor om elke dag tientallen mensen een basisrecht – het aanvragen van asiel – te ontnemen. En dat is maar één voorbeeld.

Het gat in de begroting

Een ander stokpaardje – simultaan met het anti-migratiestandpunt – was de begroting in evenwicht. Voor één keer een standpunt waar ik het mee eens was. Het liet toe om zich af te zetten tegen alle linkse partijen, maar vooral om de PS en Elio Di Rupo te promoveren tot vijand nummer 1. Ik weet nog dat ik bij het aantreden van Michel I dacht: “Ze zullen wel op de foute dingen besparen, maar de begroting zal tenminste eens in evenwicht zijn.”

Alweer een schromelijke vergissing van mijnentwege.

Ecorealisme

Maar De Wever & co hebben zich intussen alweer handig weggemanoeuvreerd van dat niet meer zo gunstige programmapunt. Ze hebben een nieuw gat in de markt gevonden: klimaatnegationisme (N-VA verkiest de term “ecorealisme”). Ze vertellen de mensen dat het allemaal niet zo erg is, dat de aarde weliswaar opwarmt, maar dat het zeker niet nodig is om drastische maatregelen te nemen. Dat we het allemaal wel zullen kunnen oplossen, zoals we in het verleden ook altijd gedaan hebben.

Geloven ze dat zelf? Nee, natuurlijk niet. Jean-Marie Dedecker misschien, maar Bart De Wever is slimmer dan dat. Ik kan me niet voorstellen dat hij als historicus niet beseft dat er twee belangrijke gaten in zijn redenering zitten:

  1. Het is niet omdat we in het verleden alle problemen te boven zijn gekomen, dat dat in de toekomst automatisch ook zo zal zijn. De dinosaurussen zijn ook alle problemen te boven gekomen, tot er plots een komeet insloeg en ze allemaal stierven. De oorspronkelijke bevolking van Amerika heeft voor alle problemen een oplossing gevonden, tot de blanken aanmeerden en hen massaal uitmoordden.
  2. Het is niet omdat we als mensheid niet ten onder gaan aan een bepaald probleem, dat het geen probleem is. De Tweede Wereldoorlog is uiteindelijk ook geëindigd, maar heeft wel aan 70 tot 85 miljoen mensen het leven gekost. Is zoiets oké voor de N-VA? Moet onze ambitie echt niet verder gaan dan de dingen overleven?

De dinosaurussen zijn ook alle problemen te boven gekomen, tot er plots een komeet insloeg en ze allemaal stierven.

Maar het is nu eenmaal het nieuwe gat in de markt. N-VA profiteert hier van het feit dat alle andere partijen – behalve Vlaams Belang, alweer – toch enige vorm van politieke ethiek vertonen en bijgevolg niet zo ver willen gaan om botweg te zeggen dat het vanzelf wel in orde komt. Ze voelen zich allemaal verplicht om op zijn minst te erkennen dat ze ze begrijpen dat er dringend iets moet gebeuren. Maar heel wat kiezers willen dat natuurlijk helemaal niet horen.

Enter N-VA. U vraagt, wij zeggen wat u wil horen.

Wat ook weer handig meegenomen is, is dat de grootste vijand nu een groep spijbelende tieners zijn. Zij zijn de volgende handige zondebok zonder stemrecht.

Maar zij hebben over vijf jaar toch wél stemrecht, zult u misschien opwerpen. Natuurlijk. Maar tegen die tijd heeft de N-VA al lang weer een ander gat gevonden om in te springen.

Vergis u niet

Dus, beste lezer, wat u ook doet op 26 mei, stem toch alstublieft niet op de N-VA. Het kan goed zijn dat ze allerlei dingen zeggen die steek houden. Dat ze misschien wel programmapunten hebben waar u zich in kunt vinden. Maar vergis u niet – het gaat hun echt niet om die programmapunten. Het gaat enkel om macht. Ze zeggen wat mensen willen horen, doen vervolgens gewoon wat ze willen, en volgende keer zeggen ze gewoon weer wat anders.

The dinosaur in the room

Het was een doordeweekse dag in het parlement. De plenaire zitting was al geruime tijd aan de gang, en onder het verveelde oog van Siegfried Bracke en zijn ogenrollende partijgenoten was Kristof Calvo een tirade aan het afsteken over het gebrek aan klimaatbeleid van de regering in lopende zaken.

Plots werden de deuren opengegooid. Vijf gemaskerde CCC-militanten stormden de Kamer binnen. Eén van hen droeg een grote rode vlag.

Plots werden de deuren opengegooid. Vijf gemaskerde CCC-militanten stormden de Kamer binnen. Eén van hen droeg een grote rode vlag. De andere vier waren uitgerust met Kalasjnikovs en handgranaten.

De grootste van hen vuurde naar het plafond bij wijze van waarschuwing. “Geef hier dat debat!” schreeuwde hij, uiteraard in het Frans. “Of jullie gaan er allemaal aan!”

Kristof Calvo zag meteen dat hij het niet zou kunnen halen tegen deze extremisten en gehoorzaamde gedwee. Zijn collega-parlementariërs volgden zijn voorbeeld. De CCC’ers schoten nog wat naar omhoog voor de lol, en dropen dan tevreden af. Een ongebruikelijke, ijzige stilte vulde de plenaire zaal.

Het zou misschien het begin van een spannend verhaal kunnen zijn, maar waargebeurd is het niet. Wouter Beke bedoelde het allicht iets minder letterlijk toen hij in februari – kort na het ontslag van Joke Schauvliege – aan De Morgen het volgende vertelde:

Ik geloof niet in complottheorieën en samenzweringen, maar dat extreemlinkse groepen het klimaatdebat kapen is wel duidelijk. Het is ook geen geheim dat Greenpeace Anuna De Wever adviseert wanneer ze op tv komt.

Wouter Beke in De Morgen van 9 februari 2019

Maar wat dan wel? Welk debat? Voor 2019 wás er helemaal geen klimaatdebat. Een overweldigende meerderheid van de wetenschappers zei net hetzelfde als de groene partijen, Greenpeace, de Bond Beter Leefmilieu en andere “extreemlinkse groepen”: het klimaat warmt op en als we daar niet snel wat aan doen, zullen de gevolgen dramatisch zijn. De andere partijen mompelden af en toe een vaag “inderdaad”, of bijvoorkeur “inderdaad, maar …”, voor ze zo snel mogelijk terug overgingen tot de orde van de dag.

Links en extreemlinks zeggen al jaren hetzelfde. Het is niet omdat anderen het liever over iets anders zouden hebben, dat het debat “gekaapt” is.

Pas toen Anuna De Wever en Kyra Gantois met hun duizenden medespijbelaars wekelijks de straten van Brussel begonnen te vullen, werden de andere partijen gedwongen om ook standpunten in te nemen. Toen pas ontstond er een klimaatdebat: een debat over wat we moeten doen en hoe. Met of zonder kernenergie, met of zonder bedrijfswagens, snel en revolutionair of rustig zodat iedereen meekan.

Het is goed dat er eindelijk een debat is, en dat is dankzij de klimaatspijbelaars. En het is waar: sinds de klimaatmarsen zien we plots overal PVDA-spandoeken. Maar het debat is niet gekaapt door extreemlinks. Links en extreemlinks zeggen al jaren hetzelfde. Het is niet omdat anderen het liever over iets anders zouden hebben, dat het debat “gekaapt” is.

Ik heb eigenlijk medelijden met de CD&V’ers die wél wakkerliggen van het klimaat. Ik weet dat ze bestaan, de Staatsveiligheid heeft mij dat persoonlijk bevestigd.

Ik heb eigenlijk medelijden met de CD&V’ers die wél wakkerliggen van het klimaat. Ik weet dat ze bestaan, de Staatsveiligheid heeft mij dat persoonlijk bevestigd.

Nee, sorry, that was just a Joke (*). Ik weet dat ze bestaan omdat ik er op zijn minst één persoonlijk ken, en omdat de uitspraken van jongerenvoorzitter Sammy Mahdi over Schauvliege tonen dat er bij de jonge generatie iets anders leeft.

Ik heb alle respect voor deze mensen. Er zijn twee manieren om iets te bereiken in de politiek:

  1. Je sluit je aan bij de partij die het meest aanleunt bij je eigen standpunt (als je veel energie hebt kan je die ook zelf oprichten) en probeert te zorgen dat die aan de macht komt.
  2. Je sluit je aan bij een partij die sowieso regelmatig aan de macht komt, en probeert daar de standpunten geleidelijk bij te sturen.

De eerste manier lijkt zuiverder en integerder en kan soms sneller tot verandering leiden, maar evengoed kan het er nooit van komen omdat de partij in kwestie te weinig stemmen haalt. De tweede manier gaat langzamer en komt veel tsjeveriger over, maar is ongetwijfeld soms effectiever. Denk maar aan alle hervormingen en wetten die de toestand in ons land geleidelijk verbeterd hebben, en hoeveel er daarvan uiteindelijk verwezenlijkt zijn door centrumpartijen als de CD&V. Zeker, dat kwam vaak omdat ze onder druk gezet werden door partijen met een duidelijker streefdoel, zoals Groen / Agalev of de Volksunie. Maar dat betekent niet dat de mensen die het uiteindelijk voor elkaar krijgen op een breed gedragen manier, geen respect verdienen.

Deze groene CD&V’ers zitten nu met een groot probleem: hun partij wordt gedomineerd door dinosaurussen.

Maar deze groene CD&V’ers zitten nu met een groot probleem: hun partij wordt gedomineerd door dinosaurussen. Dat zeg ik niet alleen: de partij kreeg ook van het Climate Action Network (CAN) Europe het label “Dinosaurs”, net als de Europese Volkspartij waartoe ze op Europees niveau behoort. CAN bedoelt daarmee parlementsleden “who have not yet grasped the need for action against climate change and prevent others from doing more.”

CAN Europe bestempelt CD&V als een partij van dinosaurussen – foto Jakub Hałun (licentie) (Wikimedia)

En dat is er sinds februari niet op verbeterd. Dit weekend antwoordde Wouter Beke in De Morgen op vragen van lezers. Gevraagd naar het klimaatbeleid van Joke Schauvliege, antwoordde hij dit:

“Het beeld dat van haar werd opgehangen, is volledig fout. Neem nu de heisa rond het Essersbos. In ruil voor het kappen van die bomen komen er elders meer hectaren bos. Normaal gezien halen we ook onze klimaatdoelstellingen van 2020. En we hebben terug massa’s vissen, reeën en everzwijnen. Zelfs de wolven zijn terug in het land en er zijn welpjes in aantocht.”

Wouter Beke in De Morgen van 3 mei 2019

Hoera, er zijn terug vissen, reeën en everzwijnen! Ik weet niet of het waar is, het zou best kunnen. Maar wat heeft dat met klimaatbeleid te maken? Gaat de aarde stoppen met opwarmen omdat er meer vissen zijn? Of bedoelt Beke hier dat de verbetering van de fauna erop wijst dat het klimaat terug afkoelt? Dat kan natuurlijk niet, zelfs in de meest optimistische scenario’s blijft het nog jarenlang opwarmen.

Als Wouter Beke “klimaatbeleid” zegt, bedoelt hij een beleid dat ervoor zorgt dat milieu-activisten, wetenschappers, Kristof Calvo en ander extreemlinks gespuis stoppen met zeuren.

Voor mij zegt dit antwoord alles. Als Wouter Beke “klimaatbeleid” zegt, bedoelt hij niet een beleid dat ervoor zorgt dat het klimaat minder opwarmt, maar een beleid dat ervoor zorgt dat milieu-activisten, wetenschappers, Kristof Calvo en ander extreemlinks gespuis stoppen met zeuren. Klimaatbeleid is wat moeilijk, maar als we zorgen voor meer vissen en everzwijnen zullen ze ook wel blij zijn.

Ik wens alle klimaatminnende CD&V-leden heel veel succes met het transformeren van CD&V naar een echte klimaatpartij – het klinkt sarcastisch, maar ik meen het echt. Aan het huidige tempo schat ik dat het proces over twintig, dertig jaar voltooid zou kunnen zijn.

Alleen – tegen dan is het natuurlijk veel te laat. Dus, liefste groene CD&V’ers, blijf vooral druk zetten op uw voorzitter en zijn mede-dinosaurussen. Ik vraag u zeker niet om van partij te veranderen – uw streven is nobel. Maar voor u op 26 mei het bolletje naast uw eigen naam kleurt, zou ik toch nog eens twee keer nadenken. 26 mei is hét moment om te kiezen voor een beter klimaatbeleid, en als u het echt meent, dan beseft u hopelijk dat dat de komende vijf jaar niet van CD&V zal komen.


(*) Sommige mensen zullen misschien zeggen dat we moeten ophouden met Joke Schauvliege belachelijk te maken en te bedelven onder bakken kritiek. Ze is tenslotte ook maar een mens, ze heeft zich geëxcuseerd en heeft in tranen haar ontslag aangeboden. Kort na haar ontslag was dat ook mijn gevoel, maar later besefte ik dat die redenering niet klopt. Mocht ze gestopt zijn met politiek, dan zou het steek houden om het te laten rusten. Maar ze komt op als lijsttrekker in Oost-Vlaanderen. Bovendien heeft ze zich enkel geëxcuseerd omdat ze gelogen heeft over de Staatsveiligheid, niet voor de uitspraak dat de klimaatmarsen een complot waren, noch voor haar jarenlange non-klimaatbeleid. Ook Wouter Beke heeft zich daar nooit van gedistantieerd, integendeel. Het lijkt mij dus erg belangrijk om te blijven wijzen op het soort beleid dat de CD&V vertegenwoordigt.

Menselijk vernuft

Beste Maarten Boudry,

Ik las zonet uw brief in Knack aan Anuna De Wever en Kyra Gantois. U maakt een interessant punt: België zou wel eens meer impact kunnen hebben door technologische vooruitgang te bewerkstelligen dan door in ons eentje onze uitstoot te verlagen. Maar sta mij toch toe een heel aantal bedenkingen te formuleren bij uw redenering.

Klimaatopwarming is vooral óns probleem, niet dat van de planeet of van de natuur, zegt Maarten Boudry (foto NASA via Wikimedia)

Om te beginnen is het eerste deel van uw betoog – hoewel gebaseerd op ongetwijfeld correcte feiten – volkomen naast de kwestie. Inderdaad, klimaatopwarming zal niet het einde van de planeet betekenen. Die draait natuurlijk gewoon rustig verder. Ik denk niet dat iemand dat betwijfelt, en zeker Kyra en Anuna niet. Ik ben het ook met u eens dat de mens als soort niet zal uitsterven door klimaatopwarming: naarmate de aarde minder leefbaar wordt, zal de levensstandaard van de mens er gaandeweg op achteruitgaan. Ook de economie. Dat zal ongetwijfeld leiden tot minder CO2-uitstoot, zodat de opwarming vermoedelijk zal stagneren op een niveau waar op zijn minst bepaalde delen van de aarde nog leefbaar zijn voor op zijn minst een fractie van de huidige wereldbevolking. Ook een aantal flexibele en hardnekkige planten- en diersoorten zullen ongetwijfeld niet uitsterven.

Inderdaad, klimaatopwarming zal niet het einde van de planeet betekenen. Die draait natuurlijk gewoon rustig verder.

Hoera.

Ook het feit dat er 20.000 jaar geleden een ander klimaat was, lijkt me niet zo relevant, tenzij u wetenschappelijk bewijs hebt dat er toen ook 7 miljard mensen op de aarde leefden.

Fossiele energie heeft ons inderdaad heel wat welvaart opgeleverd. Nog zo’n feit dat niemand betwist, maar dat verder niet terzake doet. Asbest heeft ook heel wat jobs en geld opgeleverd, maar toch is er later besloten dat het beter is het niet meer te gebruiken. We moeten wel degelijk naar een koolstofvrije economie, u zegt het zelf.

U vindt het geen kwestie van politieke moed, maar een afweging van kosten en baten. Denkt u dat onze politici de zaak grondig overdacht hebben en tot de eensluidende conclusie zijn gekomen dat het huidige beleid de beste garantie is op welvaart op lange termijn? Laat me niet lachen.

Zou onze welvaart echt kelderen als we mensen zouden uitbetalen in geld in plaats van diesel? Gaat onze beschaving ten onder als we niet meer met het vliegtuig op vakantie kunnen? Kan onze economie echt niet blijven draaien als we wat meer investeren in fietspaden en openbaar vervoer?

Komaan zeg.

Kan onze economie echt niet blijven draaien als we wat meer investeren in fietspaden en openbaar vervoer? Komaan zeg.

Ik beweer niet dat het daarmee opgelost zou zijn. Evenmin ontken ik dat de remedie niet erger mag zijn dan de kwaal. Maar dat er op dit moment onvoldoende politieke moed aan de dag gelegd wordt, lijkt me toch een evidentie.

Zeker, we moeten ook inzetten op technologie. Maar het één sluit het ander toch niet uit? Zeker omdat de meeste politici, met alle respect, weinig kaas gegeten hebben van technologische vooruitgang, net zoals de meeste wetenschappers en ingenieurs weinig talent hebben als politicus.

Dat geldt trouwens ook voor Anuna en Kyra. Ik heb geen idee of ze goed zijn in wetenschappen, maar ze zitten in elk geval niet in erg technologisch georiënteerde studierichtingen. Om nog maar te zwijgen van de hoogdringendheid van het probleem, terwijl Anuna nog aan haar hogere studies moet beginnen. Dus doen ze waar zij goed in zijn: de wereld een geweten schoppen.

En dat is allang niet meer beperkt tot ons kleine, verwaarloosbare landje. Kijk maar naar de honderdduizenden mensen die wereldwijd op straat kwamen op 15 maart. We staan aan de vooravond van Europese verkiezingen. Zelfs de EU is relatief klein op wereldschaal, maar wel degelijk groot genoeg om een invloed te hebben, zeker als voortrekker. We kunnen wel degelijk iets veranderen.

Tot slot nog één vraag, mijnheer Boudry: hoeveel nieren heeft u? Ik ken uw medisch dossier niet, maar ik vermoed dat het antwoord twee is.

Volgens uw redenering zou u dus uw nier moeten aanbieden aan mijnheer Janssens. Sterker nog, we zouden als samenleving uw nier gewoon mogen opeisen ongeacht wat u daarvan vindt.

Waarom ik dat vraag? Wel, u zegt dat problemen in de toekomst altijd minder moeten doorwegen dan problemen in het heden. In het heden is er ongetwijfeld een doodzieke patiënt – laten we hem mijnheer Janssens noemen – die dringend een nieuwe nier moet krijgen, anders sterft hij. Mijnheer Janssens staat op een wachtlijst, en kan enkel hopen dat hij nog op tijd een nier zal krijgen.

U kunt perfect leven met één nier, mijnheer Boudry. Zeker, u zou misschien later zelf in de problemen kunnen komen. Er zouden ook complicaties kunnen optreden tijdens de operatie. Maar dat weten we allemaal nog niet, dus daar moeten we ons niet te veel zorgen over maken. Volgens uw redenering zou u dus uw nier moeten aanbieden aan mijnheer Janssens. Sterker nog, we zouden als samenleving uw nier gewoon mogen opeisen ongeacht wat u daarvan vindt. U vraagt immers ook niet aan de generaties na u of het oké is dat we alles vol CO2 pompen om onze welvaart in stand te houden. U beslist gewoon dat dat maar moet kunnen.

Ik wens u alvast een spoedig herstel toe.

Over mensen en bomen en BTW

Beste John Crombez,

Stemmen van CD&V, N-VA, Vlaams Belang: u mag ze allemaal hebben wat mij betreft. Maar op mijn stem hoeft u op 26 mei niet te rekenen.

Ik heb met veel interesse het interview in De Morgen gelezen waarin u antwoordt op vragen van lezers. Ik heb altijd sympathie voor u gehad, al van voor uw aantreden als sp.a-voorzitter. U maakt soms fouten, wat het moeilijk maakt om echt een grote fan te zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat u het goed voorheeft met Vlaanderen en België. Ik wens u en uw partij dan ook een goed verkiezingsresultaat toe. Stemmen van CD&V, N-VA, Vlaams Belang: u mag ze allemaal hebben wat mij betreft. Maar op mijn stem hoeft u op 26 mei niet te rekenen.

Geloofwaardigheid

John Crombez – foto Joseph Castelein [CC BY 3.0 (licentie)] (Wikimedia)

Ten eerste heeft uw partij, zoals u zelf ook toegeeft, de laatste tijd een geloofwaardigheidsprobleem. Het is mij niet duidelijk wat de partij precies van plan is en hoe ze dat wil bereiken. Er lijkt geen duidelijke lijn of strategie te zitten achter de standpunten die uw partijleden verkondigen. Wat u zegt is niet wat Hans Bonte of Bruno Tobback zegt. Daardoor lijkt het dat de partij niet weet wat ze wil. Maar anderzijds vraag ik me af of we dat niet net moeten toejuichen. Men kan de sp.a-leden in elk geval niet verwijten dat ze blindelings het standpunt van de partijtop napraten, netjes afgelezen van debatfiches – zoals de leden van andere partijen wel eens verweten wordt.

Koopkracht en klimaat

Maar de tweede reden is wat mij betreft veel belangrijker. Op de vraag hoe u de groei van de koopkracht wil verzoenen met de strijd tegen de klimaatverandering, is het eerste wat u antwoordt – vóór het isoleren van huizen, wat ik wel een goed antwoord vind – dat de BTW op elektriciteit omlaag moet.

Ik begrijp wel waarom u dat zegt. Opnieuw, ik ben ervan overtuigd dat u het goed bedoelt. Talloze mensen hebben moeite om hun facturen te betalen, en u wil vermijden dat zij er nog verder op achteruitgaan door een ondoordacht klimaatbeleid. Ik begrijp het wel.

Maar in welk universum is het verlagen van de BTW op elektriciteit een maatregel die koopkracht en klimaatbeleid verzoent? Het is een maatregel die de koopkracht verhoogt, ten koste van het klimaat. Als elektriciteit goedkoper wordt, wordt er nog meer verbruikt, dat is elementaire economie.

U zou kunnen zeggen dat u de elektriciteitsprijs wil verlagen enkel voor de laagste inkomens, en tegelijk een andere maatregel voorstellen om de (beperkt) negatieve klimaatimpact hiervan te compenseren. Maar dat doet u niet.

Bomen en mensen

En dit is geen toevallige vergissing, het lijkt een constante binnen uw partij. Jinnih Beels zei enkele maanden geleden in De Zondag: “Wij willen eerst de mensen doen groeien, en daarna de bomen.” Naast het feit dat het herleiden van een klimaatbeleid tot ‘bomen’ een onjuiste en weinig respectvolle weergave is, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat zowel u als mevrouw Beels een belangrijk punt over het hoofd zien: eerst de mensen helpen en daarna het klimaat is geen optie meer. Alles wat eindigt op “en daarna het klimaat” is geen optie meer.

Eerst de mensen helpen en daarna het klimaat is geen optie meer. Alles wat eindigt op “en daarna het klimaat” is geen optie meer.

Volgens het IPCC moet de wereldwijde netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 45% gedaald zijn als we de opwarming van de aarde onder 1.5 °C willen houden. Dat is nog een jaar of elf. Ongeveer twee legislaturen, om het in politieke termen te verwoorden. We hadden natuurlijk ook dertig jaar geleden kunnen beginnen, en alles rustig en geleidelijk aanpakken, maar dat is niet gebeurd.

Als we nu prioriteit geven aan ‘de mensen’ – hoe goedbedoeld ook – en een klimaatbeleid verder uitstellen tot we eerst de armoedeproblemen hebben opgelost, dan komen we te laat. Dan kunt u misschien nog een paar decennia de situatie van ‘de mensen’ verbeteren, maar daarna begint de klimaatopwarming uit de hand te lopen – op dat moment zal dit proces onomkeerbaar en zelfversterkend geworden zijn – en zal de situatie van diezelfde mensen, en van hun nakomelingen, er zwaar op achteruit gaan. Het zullen ook dan vooral de zwaksten onder ons zijn die de pijn zullen voelen. Op dat moment, mijnheer Crombez, zult u – of uw opvolgers – hen niet meer kunnen helpen, ondanks uw goede bedoelingen.

Het zullen ook dan vooral de zwaksten onder ons zijn die de pijn zullen voelen. Op dat moment, mijnheer Crombez, zult u hen niet meer kunnen helpen, ondanks uw goede bedoelingen.

Het zal allicht uw probleem niet meer zijn, mijnheer Crombez. Maar het zal wel een probleem zijn. Een groot probleem, voor miljoenen mensen. Ik heb te veel respect voor u om te denken dat dat u niets kan schelen. Als u erover nadenkt, mijnheer Crombez, dan denk ik dat u zich dit ook zult aantrekken. Dat dit u even woedend zal maken als al het onrecht dat u vandaag probeert op te lossen.

Prioriteiten

Ik denk dat sp.a eigenlijk wel beseft dat er dringend iets moet gebeuren. Dat hebt u alvast voor op pakweg de N-VA. Ik zie ook heel wat goede klimaatvoorstellen in uw programma. Maar toch ligt de prioriteit van uw partij nog steeds elders. Gezien uw verwachte verkiezingsuitslagen zal het niet uw partij zijn die de drijvende kracht wordt achter het volgende regeerakkoord. Als u er al bij betrokken bent, zult u toegevingen moeten doen – veel toegevingen. En dan vrees ik, mijnheer Crombez, dat die klimaatpunten voor uw partij geen breekpunten zullen zijn.

Voor Groen zullen ze dat wel zijn. Daarom gaat mijn stem op 26 mei naar hen. Niettemin hoop ik dat u genoeg stemmen zult halen om samen met Groen in een nieuwe regering te kunnen stappen. Het zou zowel de mensen als ‘de bomen’ ten goede komen.

Veel succes, mijnheer Crombez.

Waarom ik vrijdag niet ga werken

Klimaatverandering is zonder twijfel het grootste en dringendste probleem van deze tijd. Wetenschappers zeggen het al decennia, en inmiddels beseffen ook de meeste andere burgers dat dat zo is. We beseffen ook wel dat het steeds dringender wordt om er iets aan te doen, maar het gebeurt maar niet. De politici – die het best geplaatst zijn om op grote schaal in te grijpen – palaveren over migratie en vluchtelingen, over Britten die de controle terug willen en toch ook weer niet, over Arco-aandelen en jobs, jobs, jobs. Het klimaat is nooit écht een verkiezingsthema geweest.

Nu wordt het dat hopelijk eindelijk wel. Dat is de verdienste van de jongeren die, geïnspireerd door het voorbeeld van Greta Thunberg, al negen weken lang elke donderdag spijbelen en zo eigenhandig het thema al ruim twee maanden hoog op de agenda houden.

Ze vragen nu, voor één keer, aan alle andere generaties om mee te doen. Hoe zou ik dat kunnen weigeren?

Ik vind het prachtig wat ze doen, en hoe ze het doen. Ik sta voor 100% achter hen, maar ik ben eigenlijk beschaamd dat zíj het moeten doen. Ze zijn nog kinderen en jongvolwassenen en zouden – velen hebben het reeds opgeworpen als kritiek – eigenlijk op de schoolbanken moeten zitten en werken aan hun toekomst. Zij zouden zich moeten kunnen focussen op hun eigen ontplooiing, en zouden er moeten kunnen vanuit gaan dat de mensen die zich volwassen noemen, die beweren te weten wat goed voor hen is, zich intussen met de andere problemen bezighouden. Dat is wat ik deed toen ik 17 was, en ongetwijfeld vele anderen.

Maar dat kunnen zij niet. Zij beseffen dat er niets zal gebeuren als zij ons niet week na week blijven wakkerschudden. Op zijn minst tot aan de verkiezingen in mei. Dat is niet gemakkelijk, natuurlijk. Het is niet evident om wekenlang te blijven spijbelen. En dus vragen ze nu, voor één keer, aan alle andere generaties om mee te doen. Hoe zou ik dat kunnen weigeren?

Ik voelde me er wel wat ongemakkelijk bij, moet ik toegeven. Ik heb een interessante job dicht bij huis, waar ik goed van kan leven en waar ik de nodige flexibiliteit krijg om ook voor mijn gezin te kunnen zorgen. Wat heeft mijn werkgever mij in godsnaam misdaan?

Wat zouden ze zeggen als ik vertel dat ik niet kom werken vrijdag? Zouden ze mij dat kwalijk nemen? Zou dat gevolgen hebben voor mijn verdere carrière?

Maar, bedacht ik dan, die klimaatspijbelaars zullen zich ook wel ongemakkelijk gevoeld hebben. Sommigen kregen toestemming, maar anderen moesten tegen hun ouders, leerkrachten, directie ingaan. Ik zou dat allicht niet gedurfd hebben toen ik 17 was.

Klimaatspijbelaars in Brussel

En, zo bedacht ik verder, wat moet ik dan zeggen tegen mijn eigen kinderen, als ze mij later vragen waarom ik op 15 maart 2019 gewoon op mijn werk zat terwijl de jongere generaties op mij rekenden? Sorry, maar ik voelde mij er wat ongemakkelijk bij?

Dus ging ik met mijn baas praten. En uiteindelijk bleek ik geluk te hebben: het management toonde veel begrip. Stakingsrecht in België blijkt nogal een vage materie te zijn, waarbij het niet helemaal duidelijk is – toch niet voor mij – of en wanneer je als Belg nu eigenlijk mag staken. Maar ik kreeg toelating om een dag onbetaald verlof te nemen. Dat komt ongeveer op hetzelfde neer, vond ik: ik verzaak aan mijn plicht als werknemer in naam van de goede zaak, en word dan ook niet betaald. En ik ben vrij om met een plakkaat in mijn handen naar Brussel te trekken.

Dus Greta, Anuna, Kyra, en alle anderen: ik heb er niet zo voor moeten vechten als sommige van jullie leeftijdsgenoten, maar ik zal er zijn vrijdag. Ik hoop dat we met velen zullen zijn.